voorpagina
nieuws
over het NPK
uitvoering
internationaal
monitor NPK
links
KWF Kankerbestrijding
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties
Vereniging van Integrale Kankercentra
Zorgverzekeraars Nederland
  contact zoeken
Stadium bij diagnose
  • Voor de vier meest voorkomende kankers samen is het stadium bij diagnose in de periode 2000-2007 ongeveer gelijk gebleven. 
  • Het percentage lage stadia bij diagnose bij borst- en prostaatkanker is beduidend toegenomen over de periode 2000-2007. 
  • Bij colon-, rectum- en longkanker wordt door een verbeterde diagnostiek minder vaak een lager stadium gevonden over de periode 2000-2007.
Stadium bij diagnose Monitor 2007 2007 trend neutraal resultaat 2007 2008 trend neutraal resultaat 2008 2009 trend neutraal resultaat 2009 Doel 2010 trend omlaag   
Stadium bij diagnose - borstkanker
 Bekijk figuur Stadium bij diagnose invasieve borstkanker
Stadium bij diagnose - prostaatkanker
 Bekijk figuur Stadium bij diagnose invasieve prostaatkanker
Stadium bij diagnose - NSCLC
 Bekijk figuur Stadium bij invasief niet-kleincellig longcarcinoom
Stadium bij diagnose - SCLC
 Bekijk figuur Stadium bij diagnose kleincellig longcarcinoom
Stadium bij diagnose - Colonkanker
 Bekijk figuur Stadium bij diagnose van invasieve colonkanker
stadium bij diagnose - rectumkanker
 Bekijk figuur Stadium bij diagnose van invasieve rectumkanker
stadium bij diagnose top 4 tumoren
 Bekijk figuur Stadium bij diagnose van de top 4 tumoren gezamenlijk, namelijk borstkanker, prostaatkanker, darmkanker en longkanker
Indicator
Stadium bij de diagnose kanker.
Deze indicator is toegepast op de top 4 meest voorkomende typen kanker, namelijk borst-, prostaat-, long- en colon/rectumkanker.

Doelstelling
In het NPK-rapport is geen expliciete doelstelling genoemd. Het streven is een procentuele toename van een lager stadium ten tijde van de diagnose kanker.
Wat laten de resultaten zien?
  • Voor de top 4 tumoren samen (borst, prostaat, long en colon/rectum) zijn geen duidelijke verschuivingen in stadium te zien tussen 2000 en 2007.
  • Over het algemeen is het stadium steeds vaker bekend in de loop der jaren.
  • Het grootste gedeelte (89%) van de borsttumoren wordt in een vroeg stadium (stadium I en II) gediagnosticeerd. Binnen deze groep is het aandeel stadium I  toegenomen, van 46,7% in 2000 naar 54,7% in 2007. Dit heeft deels te maken met een verschuiving in de TNM-classificatie in 2003 (Wittekind et al, 2004).
  • Bijna 70% van de prostaattumoren wordt gediagnosticeerd in stadium I of II. Dit percentage is in de periode 2000-2007 gestegen.
  • Bij colonkanker zijn slechts zeer kleine verschuivingen waar te nemen in de periode 2000-2007. In vergelijking tot 2000 is in 2007 het aantal stadium IV-tumoren licht gestegen en het aantal stadium II-tumoren licht gedaald. Bij rectumtumoren daalt het percentage stadium I en II, terwijl het percentage stadium III- en IV-tumoren is toegenomen. Dit is waarschijnlijk gerelateerd aan verbeterde stadiëringsprocedures (CT, MRI, endo-echo), waarbij doorgroei van de tumor en lymfekliermetastasen beter beoordeeld kan worden.
  • Niet-kleincellige longcarcinomen worden grotendeels in stadium III en IV gediagnosticeerd. Het percentage stadium IV-tumoren stijgt licht maar gestaag. Het gebruik van o.a. de PET (Positron Emission Tomograph)scan om uitzaaiingen te detecteren is geleidelijk toegenomen sinds de introductie in 1999, waardoor mogelijk vaker een stadium IV wordt gevonden.
  • Het stadium “extensive” van de kleincellige longcarcinomen is in de periode 2000-2007 toegenomen, terwijl het percentage “limited” is afgenomen. Ook voor deze tumoren zijn de stadiëringsprocedures verbeterd (CT, MRI, PET), waardoor uitzaaiingen beter beoordeeld kunnen worden.
Acties in het kader van NPK

Er wordt in het kader van het NPK specifieke aandacht besteed aan vroege opsporing van kanker om premaligne afwijkingen en tumoren in een laag stadium tijdig op te sporen. De invoering van dikkedarmkankerscreening heeft hierbij prioriteit gekregen, evenals het traject ‘Na de screening’ met aandacht voor de effectiviteit en efficiëntie in de gehele zorgketen.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan het verbeteren van de kwaliteit van de diagnostiek, stadiëring en behandeling middels het regelmatig updaten van de evidence based tumorspecifieke richtlijnen van de VIKC.

Waarom is dit belangrijk?

De overleving neemt over het algemeen toe als de ziekte in een pre- of vroeger stadium wordt gediagnosticeerd. Het in kaart brengen van het stadium bij diagnose geeft onder
meer inzicht in de gevolgen die vroege detectie zou kunnen hebben. Het stadium bij diagnose is van belang bij het evalueren van richtlijnen met betrekking tot diagnostiek en behandeling. Het stadium bij diagnose is nodig om overlevingscijfers beter te kunnen weergeven en te vergelijken.

Technische informatie
Definities
Het stadium bij diagnose is het stadium van de tumor ten tijde van de klinische en pathologische bevinding en is gebaseerd op de TNM-classificatie (Wittekind et al, 2004), waarbij de T staat voor grootte van de tumor, N voor de status van de lymfeklieren en M voor de status van eventuele metastasen op afstand.
Databronnen

De gegevens zijn afkomstig uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van de Vereniging van de Integrale Kankercentra (VIKC). De NKR was opgebouwd uit de registraties van de acht integrale kankercentra en omvat de gehele Nederlandse bevolking (‘population-based’). Vanaf 2008 vindt input van de registraties direct landelijk plaats. De gegevens worden door speciaal daarvoor opgeleide registratiemedewerkers uit de patiëntendossiers in de ziekenhuizen verzameld op basis van een melding van de Pathologisch Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA). Eenmaal per jaar worden de gegevens aangevuld met gegevens uit de Landelijke Medische Registratie (LMR) en andere bronnen, indien beschikbaar. Geschat wordt dat ruim 95 procent van alle gevallen van kanker in de NKR zijn vastgelegd. Ten aanzien van de registratie van het stadium registreert de NKR zowel het stadium dat bepaald wordt op basis van klinische bevindingen, zoals lichamelijk onderzoek en beeldvormende technieken (cTNM), als het stadium dat na de operatie wordt bepaald op basis van de pathologische bevindingen (pTNM).

Aandachtspunten ten aanzien van de gegevens
  • De NKR van de VIKC is population-based en omvat dus kankerpatiënten in de gehele Nederlandse bevolking.
  • Naast gegevens van de patiënt worden gegevens ten aanzien van de tumorgrootte, plaats in het lichaam, stadium volgens TNM (Wittekind et al, 2004), soort weefsel volgens ICD-O (2000) en gegevens ten aanzien van diagnostiek, behandeling en proces opgenomen.
  • Ongeveer 9 maanden na diagnose is de registratie compleet, inclusief initiële therapieën.
  • De gegevens worden vanuit de patiëntendossiers in de ziekenhuizen geregistreerd door speciaal opgeleide registratiemedewerkers van de ikc’s, die volgens (inter)nationale regels coderen. Dit verhoogt de betrouwbaarheid en vergelijkbaarheid van de gegevens.
  • De TNM-classificatie wordt regelmatig geactualiseerd. De NKR voert deze in en converteert, indien mogelijk, de 'oude' stadiëring.
Nederland in vergelijking
-
Literatuur en verwijzingen
  • Wittekind C, Greene FL, Hutter RVP, Klimpfinger M, Sobin LH, TNM Atlas: Illustrated Guide to the TNM Classification of Malignant Tumours (UICC), 5th Edition, Springer, Heidelberg: 2004
  • www.ikcnet.nl