|
|
|
|
|
 |
- De opkomst voor baarmoederhalskankerscreening is sinds 2003 tot 2006 gestabiliseerd, het opkomstpercentage was 66% in 2006.
- Voor de Monitor 2009 zijn sinds 2006 geen recentere opkomstcijfers bekend.
- Het absolute aantal nieuwe gevallen van invasieve baarmoederhalskanker in de groep 30-60-jarigen was 436 in 2000 en 514 in 2007.
|
|
 |
 |
| Baarmoederhalskanker screening |
 |
2007 |
 |
 |
2008 |
 |
 |
2009 |
 |
 |
Doel 2010 |
 |
|
|
|
 |
| Incidentie baarmoederhalskanker |
 |
2007 |
 |
 |
2008 |
 |
 |
2009 |
 |
 |
Doel 2010 |
 |
|
|
|
|
|
 |
 |
| Opkomstpercentage baarmoederhalskankerscreening |
Bekijk figuur
Verberg figuur
|
Het percentage vrouwen dat een uitstrijkje heeft gehad in het kader van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker van het aantal uitgenodigde vrouwen (30-60 jaar). |
|
 |
| Incidentie baarmoederhalskanker per 100.000 |
Bekijk figuur
Verberg figuur
|
De incidentie van invasieve baarmoederhalskanker per 100.000 (ESR) in Nederland per leeftijdsgroep |
|
 |
| Aantal nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker |
Bekijk figuur
Verberg figuur
|
Het absoluut aantal nieuwe gevallen van invasieve baarmoederhalskanker per jaar in Nederland per leeftijdsgroep |
|
|
|
|
 |
Doelstelling Het doel van de screening is het opsporen van voorstadia van baarmoederhalskanker waarin nog geen sprake is van symptomen of klachten, waardoor de ziekte voorkomen wordt. Het ministerie van VWS streeft naar een deelname van meer dan 65,6% in 2008 en 2011 (VWS, 2007). Het uiteindelijke doel van de screening is het terugdringen van de incidentie van invasieve baarmoederhalskanker.
Indicator
- Het opkomstpercentage voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker in Nederland.
- Het aantal nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker in Nederland.
|
|
| Wat laten de resultaten zien? |
 |
- Voor de Monitor 2009 zijn sinds 2006 geen recentere opkomstcijfers bekend.
- In 2006 heeft 66% van de vrouwen uit de doelpopulatie deelgenomen aan het bevolkingsonderzoek. De stijging van de deelname in de periode 2000-2003 lijkt nu gestabiliseerd.
- Naast uitstrijkjes in het kader van het bevolkingsonderzoek vindt screening op verzoek van de vrouw, buiten het bevolkingsonderzoek, plaats (opportunistische uitstrijkjes). In 2002 had minimaal 72% van de vrouwen tussen de 30 en 64 jaar (bij wie de baarmoeder(hals) niet operatief was verwijderd) in de vijf jaar ervoor minstens één uitstrijkje gehad.
- Het absolute aantal nieuwe gevallen van invasieve baarmoederhalskanker in de groep 30-60 jarigen was 437 in 2000, 395 in 2003 en 514 in 2007. De incidentie van invasieve baarmoederhalskanker per 100.000 in de groep 30-60-jarigen was 12,6 in 2000, 11,1 in 2003 en 11,5 in 2006.
- Er is geen dalende trend waarneembaar in incidentie van invasieve baarmoederhalskanker.
|
|
| Acties in het kader van NPK |
 |
- Centrale sturing van bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is ondergebracht bij RIVM.
- De organisatorische samenvoeging van de uitvoeringsorganisaties voor de bevolkingsonderzoeken naar borst- en baarmoederhalskanker is ter hand genomen. Deze fusie heeft plaatsgevonden in januari 2010.
- Voor de opkomst voor het bevolkingsonderzoek zijn voorlichtingscampagnes van groot belang.
- Voor het analyseren van de gegevens van het bevolkingsonderzoek is het afstemmen en toegankelijk maken van registraties en informatiesystemen voor alle betrokkenen noodzakelijk.
- Voor het verbeteren van de kwaliteit van de keten van het traject vanaf de screening is in 2008 een NPK rapport uitgebracht door de werkgroep ‘Na de Screening’ met aandachtspunten en aanbevelingen.
|
|
| Waarom is dit belangrijk? |
 |
Het doel van de screening is het opsporen van voorstadia van baarmoederhalskanker waarin nog geen sprake is van symptomen of klachten, waardoor de ziekte voorkomen wordt. Het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker heeft als doel de incidentie van baarmoederhalskanker terug te dringen. In 2006 werd bij 685 vrouwen in Nederland invasieve baarmoederhalskanker vastgesteld en zijn 214 vrouwen aan deze ziekte overleden (NKR/VIKC, 2006). Omdat nooit een gerandomiseerd experiment heeft plaatsgevonden naar de effecten van screening op de incidentie en de sterfte aan baarmoederhalskanker, is het onzeker hoe hoog de huidige sterfte in Nederland zou zijn geweest zonder screening en welke bijdrage de screening aan sterftereductie heeft (Van Ballegooijen et al, 1993).
|
|
| Technische informatie |
|
| Definities |
 |
- Het percentage vrouwen dat een uitstrijkje heeft gehad in het kader van het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker van het aantal vrouwen dat wordt uitgenodigd voor deze screening (30-60 jaar).
- Het absolute aantal nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker in Nederland.
- Incidentie van baarmoederhalskanker per 100.000 vrouwen in Nederland totaal (ESR) en per leeftijdsgroep.
|
|
| Databronnen |
 |
De opkomstgegevens zijn afkomstig van het RIVM, vanaf 2006 de landelijke organisatie voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Het aantal nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker en de incidentie per 100.000 is afkomstig uit de Nederlandse Kankerregistratie van de Vereniging van Integrale Kankercentra (VIKC).
|
|
| Aandachtspunten ten aanzien van de gegevens |
 |
- De populatie is niet geheel eenduidig of betrouwbaar, omdat er vrouwen in de uitnodigingendatabase staan die geen baarmoeder meer hebben of zijn overleden. Hierdoor kan onderschatting van het opkomstpercentage plaatsvinden.
- De dataverstrekking van de verschillende screeningsorganisaties, GGD-en en zelfuitnodigende huisartsen is nog niet geheel op elkaar afgestemd.
|
|
| Nederland in vergelijking |
 |
-
|
|
| Literatuur en verwijzingen |
 |
- Ballegooijen M, van et al, De praktijk van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker in Nederland in 2001, Instituut Instituut Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC Rotterdam:, 2003
- VWS, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Rijksbegroting 2008, hoofdstuk XVI, Den Haag 2007
- www.ikcnet.nl
- www.rivm.nl
|
|
|
|