|
|
|
|
|
 |
- Voor de Monitor 2009 zijn geen recente cijfers over bewegen beschikbaar.
- Ongeveer 59% van de volwassen Nederlanders voldoet in 2007 aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB), boven het gestelde doel van 55% voor 2010.
- In 2007 is het percentage inactieven gedaald tot 5%, onder het maximum gestelde percentage van 8% in 2010.
|
|
 |
 |
| Bewegen NNGB |
 |
2007 |
 |
 |
2008 |
 |
 |
2009 |
 |
 |
Doel 2010 |
 |
|
|
|
 |
| Inactieven |
 |
2007 |
 |
 |
2008 |
 |
 |
2009 |
 |
 |
Doel 2010 |
 |
|
|
|
|
|
 |
 |
| Nederlandse Norm Gezond Bewegen |
Bekijk figuur
Verberg figuur
|
Het percentage Nederlanders van 18 jaar en ouder dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. |
|
 |
| Inactieven |
Bekijk figuur
Verberg figuur
|
Het percentage Nederlanders van 18 jaar en ouder dat geen enkele dag voldoende (tenminste 30 minuten per dag) beweegt in zomer en winter. |
|
|
|
|
 |
Doelstelling
In 2010 haalt 55% van de bevolking de Nederlandse Norm Gezond Bewegen.
In 2010 is het percentage Nederlanders dat geen enkele dag voldoende beweegt, maximaal 8%.
Indicator
- Het percentage van de Nederlandse bevolking dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen.
- Het percentage van de Nederlandse bevolking dat geen enkele dag voldoende beweegt.
|
|
| Wat laten de resultaten zien? |
 |
- Voor de Monitor 2009 zijn geen recente cijfers over bewegen beschikbaar.
- Ongeveer 59% van de Nederlanders (van 18 jaar en ouder) voldeed in 2007 aan de NNGB. Hiermee is het doel dat gesteld is in het NPK, namelijk 55%, reeds behaald.
- In de periode 2000-2006 is het percentage Nederlanders dat aan de NNGB voldoet aanzienlijk gestegen met 15%. In 2007 is een lichte daling opgetreden ten opzichte van 2006. Het is voor het eerst sinds 2003 dat zich geen stijging meer voordoet in het percentage normactieven.
- Tussen 2000 en 2007 is het aantal Nederlanders dat inactief was geleidelijk gedaald. In 2006 en 2007 haalt ongeveer 5% van de Nederlanders op geen enkele dag van de week de beweegnorm.
|
|
| Acties in het kader van NPK |
|
|
| Waarom is dit belangrijk? |
 |
Het aandeel van te weinig bewegen aan de kankersterfte wordt geschat op 3-4% (Doll & Peto, 1981). Over het algemeen bestaat consensus dat voldoende lichamelijke inspanning de kans op dikke darmkanker en borstkanker met 20-30% kan verminderen (Voorrips, 2003). Daarnaast is onvoldoende lichamelijke inspanning indirect een risicofactor voor het ontstaan van kanker: onvoldoende beweging kan immers leiden tot overgewicht.
|
|
| Technische informatie |
|
| Definities |
 |
Bewegen NNGB Het percentage Nederlanders van 18 jaar en ouder dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. De NNGB is leeftijdspecifiek:
- Jeugdigen (<18 jaar)
Dagelijks (zomer en winter) één uur tenminste matig intensieve lichamelijke activiteit, waarbij de activiteiten minimaal twee keer per week gericht zijn op het verbeteren of handhaven van lichamelijke fitheid (kracht, lenigheid en coördinatie).
- Volwassenen 18-55 jaar
Dagelijks (zomer en winter) minstens een half uur minimaal matig intensieve lichamelijke activiteit, op minimaal vijf dagen per week. Matig intensief bewegen is voor 18-55-jarigen bijvoorbeeld stevig wandelen (5 km per uur) of fietsen (16 km per uur).
- 55-plussers
Tenminste een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op minimaal vijf en bij voorkeur alle dagen van de week (zomer en winter). Voor 55-plussers betekent matig intensief bewegen wandelen (4 km per uur) of fietsen (10 km per uur).
Inactieven Het percentage Nederlanders van 18 jaar en ouder dat geen enkele dag voldoende (tenminste 30 minuten per dag) beweegt in zomer en winter.
|
|
| Databronnen |
 |
De gegevensverzameling van de TNO-monitor Bewegen en Gezondheid maakt deel uit van Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN), uitgevoerd door Interview-NNS. Ongeveer 8000 respondenten van 12 jaar en ouder krijgen per jaar enkele algemene vragen over bewegen voorgelegd en ongeveer 2500 respondenten krijgen een uitgebreide set vragen over bewegen voorgelegd. De dataverzameling vindt plaats door middel van telefonische interviews.
|
|
| Aandachtspunten ten aanzien van de gegevens |
 |
- Voor de Monitor 2009 zijn geen recente cijfers over bewegen beschikbaar.
- Van 2000-2005 werd de steekproef volledig representatief getrokken door gebruik te maken van het systeem Random Digit Dialling (RDD).
- Vanaf 2006 worden de gegevens verzameld via een representatief panel, deels telefonisch, deels online. Om trendbreuken met voorgaande jaren te voorkomen worden van de jaren 2006-2007 enkel de gegevens gebruikt die op basis van telefonische interviews werden verzameld.
- In het kader van het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen wordt uitgegaan van de combinorm en niet van de NNGB. De combinorm is een combinatie van de fitnorm (tenminste 20 minuten inspannende lichaamsbeweging) en de NNGB. Voor 2010 zijn de volgende doelen gesteld: minstens 65% van de Nederlanders voldoet aan de combinorm en het percentage inactieven wordt teruggedrongen van 8% naar 7% in 2010.
- Het verdient aandacht landelijk de normen vanuit het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen en het NPK gelijk te trekken.
- Eind juni 2010 komen gegevens beschikbaar vanuit OBiN 2008/2009 in een nieuw trendrapport.
|
|
| Nederland in vergelijking |
 |
In het rapport ‘Physical Activity and Health in Europe: evidence for action’ (2006) wordt in kaart gebracht hoe actief de bevolking in de verschillende landen van Europa is. In de gegevens gepresenteerd in het genoemde rapport is het percentage dat voldoende fysiek actief is in Nederland het hoogst, ongeveer 44% ten opzichte van het gemiddelde van rond de 31%. Echter, omdat niet in alle landen gegevens beschikbaar zijn over de mate van fysieke activiteit en er gebrek is aan geharmoniseerde metingen en indicatoren, is het niet mogelijk om een goede vergelijking te maken tussen verschillende landen.
|
|
| Literatuur en verwijzingen |
 |
- Cavill N, Kahlmeier S & F Racioppi (ed), Physical Activity and Health in Europe: evidence for action, WHO, Copenhagen, 2006
- Doll R & R Peto, The causes of Cancer, Londen, 1981.
- Hillebrandt VH, Ooijendijk WTH en M Hopman-Rock (red), Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2006/2007, Leiden, 2008.
- Voorrips LE & RA Bausch-Goldbohm, TNO rapport Bewegen en Kanker: de wetenschappelijke stand van zaken, Zeist, 2003.
- www.tno.nl
|
|
|
|