|
|
|
|
|
 |
- Het percentage rokers in Nederland bedroeg in 2009 27,8%. Dit is circa 1% hoger dan het percentage rokers in 2008.
- Vanaf 2004 is het percentage rokers gelijk gebleven; en geen dalende trend van het percentage rokers, zoals beoogd.
- Nederland heeft bijna het hoogste percentage rokers van de Europese Unie.
|
|
 |
 |
| Roken |
 |
2007 |
 |
 |
2008 |
 |
 |
2009 |
 |
 |
Doel 2010 |
 |
|
|
|
|
|
 |
 |
| Percentage rokers |
Bekijk figuur
Verberg figuur
|
Het percentage volwassenen (15 jaar en ouder) dat aangeeft (wel eens) te roken in Nederland. |
|
|
|
|
 |
Indicator Het percentage mannen en vrouwen dat rookt in een bepaald jaar
Doelstelling Het terugbrengen van het percentage rokers in Nederland van 28% in 2005 naar 20% in 2010.
|
|
| Wat laten de resultaten zien? |
 |
- De dalende trend in het aantal rokers die zichtbaar was tot 2008 heeft zich in 2009 niet doorgezet. In tegendeel, het percentage volwassenen dat rookt is gestegen, met name onder vrouwen.
- In 2009 rookt nog steeds 28% van de volwassenen, 30% van de mannen en 26% van de vrouwen.
- Het percentage rokers in 2009 ligt nog steeds 8% boven het gestelde doel van 20% in 2010.
|
|
| Acties in het kader van NPK |
 |
- Ontmoedigen van roken heeft in het kader van NPK prioriteit (Plan van Aanpak op www.npknet.nl) en sluit nauw aan bij het Nationaal Programma Tabaksontmoediging 2006-2010.
- Een rookverbod in de horeca is gerealiseerd per 1 juli 2008. Restaurants, cafés, discotheken, sportkantines en winkelcentra in Nederland zijn vanaf deze datum rookvrij.
- Accijnsverhoging op tabak is ingevoerd per 1 juli 2008
- Over vergoeding van ondersteuning bij het stoppen met roken is op 30 juni 2008 het eerste deel uitgekomen van een rapport van het College voor zorgverzekeringen (www.cvz.nl). Dit rapport beschrijft wie in aanmerking komen voor begeleiding bij stoppen met roken en welke interventies tot de te verzekeren prestaties van de zorgverzekeringswet behoren.
- De campagne ‘In iedere roker zit een stopper’ is gestart op 1 mei 2008 en is in januari 2009 afgerond.
|
|
| Waarom is dit belangrijk? |
 |
Roken is de belangrijkste vermijdbare oorzaak van vroegtijdig overlijden. Roken levert een bijdrage van 30% aan het ontstaan van kanker. Het aantal nieuwe gevallen van longkanker was 10.533 in 2007 (NKR, www.ikcnet.nl). Ongeveer 90% van alle longkanker is te verklaren door roken (Jansen et al, 2002). Daarnaast verhoogt roken de kans op een aantal andere soorten kanker, waarvan de belangrijkste slokdarmkanker, strottenhoofdkanker en mondholtekanker zijn. Jaarlijks overlijden bijna 20.000 mensen aan ziekten die aan roken zijn gerelateerd (Stivoro, 2007), waarvan ruim 8.320 aan longkanker (CBS, doodsoorzakenstatistiek). De kans op kanker wordt groter naarmate het aantal jaren dat men heeft gerookt toeneemt, indien naast het roken de persoon ook alcohol drinkt en is afhankelijk van de hoeveelheid sigaretten die de persoon per dag rookt. Ook passief roken leidt tot longkanker; het verhoogt het risico op longkanker met 20% tot 30% ten opzichte van mensen die niet aan tabaksrook zijn blootgesteld (Gezondheidsraad, 2003). In Nederland leidt passief roken jaarlijks tot enkele honderden mensen met longkanker.
|
|
| Technische informatie |
|
| Definities |
 |
Het percentage volwassenen (15 jaar en ouder) dat aangeeft (wel eens) te roken in Nederland.
|
|
| Databronnen |
 |
De gegevens zijn afkomstig van het Continu Onderzoek Rookgewoonten (COR), uitgevoerd door TNS-NIPO in opdracht van STIVORO. Vragenlijsten worden via modem of internet ingevuld in de NIPO Capi@home-bus. De resultaten zijn herwogen naar provincie, Nielsen-regio, leeftijd, geslacht, sociale klasse, gezinsgrootte en opleidingsniveau. Meer informatie over de gegevensbron kan worden gevonden op www.stivoro.nl.
|
|
| Aandachtspunten ten aanzien van de gegevens |
 |
- De indicator houdt geen rekening met hoe lang iemand al rookt, de hoeveelheid gerookte tabak, stoppogingen of meeroken.
- De totale steekproefomvang voor de volwassenen is ongeveer 20.000 per jaar. Tot 2008 maakte het Continu Onderzoek Rookgewoonten deel uit van de CASI-omnibus van TNS NIPObase, waarbij wekelijks een landelijk gespreide steekproef werd getrokken van ongeveer 200 (steeds andere) huishoudens uit een database met 200.000 respondenten. Vanaf 2009 wordt het onderzoek ad-hoc en online uitgevoerd (CAWI), waarbij er iedere week een representatieve personensteekproef wordt getrokken, waardoor per huishouden nog maar één gezinslid wordt ondervraagd. Per week vullen circa 350 personen de vragenlijst in.
|
|
| Nederland in vergelijking |
 |
Uit gegevens van de Organisation of Economic Co-operation and Development (OECD) blijkt dat de volwassenen in Nederland meer roken dan gemiddeld (23,6%) in de OECD-landen en ook binnen Europa heeft Nederland een van de hoogste percentages rokers. In Zweden wordt het minst gerookt, namelijk 14,5% en in Griekenland het meest (40,0%). Nederland staat op de 27e plaats van de 30 OECD landen (Health at a Glance 2009). Een belangrijke kanttekening bij deze gegevens is dat de cijfers moeilijk vergelijkbaar zijn door verschillen in de metingen. Er bestaat verschil in de gestelde vragen, de antwoordcategorieën en de gerelateerde administratieve processen.
|
|
| Literatuur en verwijzingen |
 |
- Gezondheidsraad, Volksgezondheidsschade door passief roken, Den Haag, 2003.
- Health at a Glance 2009: OECD indicators
- Jansen J, Schuit AJ, Van der Lucht F (red), Tijd voor Gezond gedrag, bevordering van gezond gedrag bij specifieke groepen, Bilthoven, 2002.
- Nationaal Programma Tabaksontmoediging 2006-2010
- Stivoro, Onderweg naar een rookvrije horeca, jaarverslag 2007, Den Haag, april 2008.
- World Health Organization Health for All database, 2007
- www.ikcnet.nl
- www.npknet.nl
- www.stivoro.nl
- www.cvz.nl
|
|
|
|