voorpagina
nieuws
over het NPK
uitvoering
internationaal
monitor NPK
links
contact zoeken

Verslag van de derde conferentie van het Nationaal Programma Kankerbestrijding.
WTC Rotterdam, 22 januari 2009.

‘De oncologie van de toekomst’ notepad

 

Op 22 januari bezochten 275 deelnemers de werkconferentie ‘De oncologie van de toekomst’.

Tien kernwoorden en -opmerkingen kwamen uit de workshops naar voren: 

  • taakherschikking; 
  • betrek de eerste lijn; 
  • maak zorgstandaarden centraal duidelijk; 
  • stem zorgplannen af op de patiënt; maatwerk; 
  • één framework voor zorgstandaarden; 
  • ketengerichte geïntegreerde financiering; 
  • zorgstandaarden moeten een onvoorwaardelijke voorwaarde voor ketengerichte financiering worden; 
  • DBC onderhoud op tijd betrekken bij de financiering en integratie van DBC-standaarden; 
  • samenwerking op alle fronten binnen alle beroepsgroepen; 
  • gebruik slimme, moderne middelen om kwaliteit zichtbaar te maken.
    Het NPK zal zich buigen over hoe invulling kan worden gegeven aan deze punten.

 

Hieronder vindt u een samenvattend verslag van de plenaire lezingen en de workshops.

Openingswoord door dagvoorzitter Chiel Bos
De heer Bos heet de aanwezigen van harte welkom bij de conferentie. Directe aanleiding voor de bijeenkomst is het visiedocument ’Bevorderen kwaliteit en toegankelijkheid kankerzorg’ van werkgroep 4 van het NPK. De dagvoorzitter nodigt iedereen uit zijn mening te geven op de tien stellingen uit het visiedocument dat de werkgroep ter voorbereiding van de conferentie heeft opgesteld.

Het definitieve visiedocument zal naar verwachting medio april worden vastgesteld. Het bijzondere aan deze notitie is dat hier een multidisciplinair product betreft. Specialisten in de oncologie, inclusief verpleegkundigen en patiënten hebben er gezamenlijk aan meegewerkt en konden zich er in vinden. Dat is misschien wel de belangrijkste mijlpaal, zo stelt de heer Bos.

Het Nationaal Programma Kankerbestrijding
Hans de Goeij, voorzitter van de Stuurgroep NPK en Directeur-Generaal van de Volksgezondheid van het ministerie van VWS, licht de achtergronden van het nationaal programma toe. Het NPK is een programma voor de periode 2005 tot 2010 en heeft tot doel heeft om kankerbestrijding in Nederland ketenbreed te optimaliseren. Vijf partijen, de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties, KWF Kankerbestrijding, de Vereniging van Integrale Kankercentra, Zorgverzekeraars Nederland en het ministerie van VWS, hebben hierover afspraken gemaakt.

 

De heer De Goeij vertelt dat er binnen het NPK zeven werkgroepen zich bezighouden met een aantal specifieke aandachtsvelden en hij geeft de stand van zaken per werkgroep weer. Voor een overzicht van de werkgroepen en hun werkzaamheden wordt hierbij verwezen naar de website www.npknet.nl.

 

 

 

‘De patiënt centraal’
Els Borst-Eilers, voorzitter van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiënten (NFK) heeft haar inleiding de titel ‘De patiënt centraal’ meegegeven. ‘Centraal’ kan heel letterlijk betekenen dat in de spreekkamer de gehele patiënt, en niet alleen de tumor, het centrale aandachtspunt voor de behandelaar is.

 

Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het nog steeds niet helemaal. In de organisatie van de zorg betekent ‘centraal’ dat behandelaars om de patiënt heen worden gegroepeerd, in plaats van patiënten om de specialist. Patiënten moeten betrokken zijn bij het behandelplan en keuzes die daaruit voortvloeien. Patiënten houden daardoor het gevoel van regie over hun ziekteproces.

‘Welke andere wensen hebben patiënten voor goede zorg?’ houdt mevrouw Borst de zaal voor. Patiënten willen toegang tot nieuwe therapieën. En patiënten willen adequate psychosociale steun. Een lidorganisatie van de NFK heeft onderzocht dat deze steun in het hele proces van ontdekking van kanker, de angst voor bijverschijnselen en de beleving van de situatie nog volstrekt onvoldoende is.

 

Ook bestaat de indruk dat palliatieve zorg in Nederland goed geregeld is. Maar een recent proefschrift maakt duidelijk dat de helft van de mensen met kanker geen adequate pijnbestrijding krijgt en onnodig pijn lijdt.

Mevrouw Borst noemt nog een aantal andere knelpunten in de zorg. Zo worden patiënten nog geholpen in ziekenhuizen waar de kennis over hun tumor onvoldoende is en bestaat er variatie in behandeluitkomsten. Daarnaast is de toegang tot dure chemotherapeutische middelen niet gelijk. NFK-werkgroep ‘geneesmiddelen’ voert daartoe een lobby en doet dat samen met de oncologen. Dat de federatie zoveel mogelijk naar coalities zoekt en samen optrekt is een sterke kant van de NFK, betoogt mevrouw Borst.

 

Patiëntenorganisaties willen graag een aantal verbeteringen zien in de organisatie van de zorg. Mevrouw Borst noemt onder andere:

 

  • voldoende aanbodcapaciteit
  • snelle beschikbaarheid van innovaties
  • gelijke toegang tot de zorg
  • concentratie en taakverdeling
  • een logistiek waarmee de wachttijd minimaal wordt en de efficiency zo hoog mogelijk

 

Patiëntenorganisaties hebben de volgende wensen als het gaat om het zorgproces:

 

  • dat de richtlijnen worden gevolgd
  • dat er sprake is van een multidisciplinaire behandeling en van een sluitende zorgketen met een hoofdbehandelaar
  • dat er adequate voorlichting wordt gegeven 
  • dat, daardoor, sprake is van ‘shared decision making’

De NFK is er voorstander van dat zorgverzekeraars een preferentiebeleid voeren om tegen te gaan dat ziekenhuizen tumoren behandelen zonder voldoende expertise.
“Ziekenhuizen horen alleen te overleven als ze goed naar hun patiënten luisteren”, besluit mevrouw Borst haar toespraak.

 

 

 

Kwaliteitszorg in de oncologie: wat is de rol van de IGZ?
Wim Schellekens, hoofdinspecteur Curatieve Gezondheidszorg van de IGZ, houdt zijn gehoor voor dat de verantwoordelijkheid voor goede kankerzorg bij de zorgaanbieder ligt. Dit lijkt een open deur, maar soms heeft het de schijn dat de inspectie de verantwoordelijke partij is.

De heer Schellekens licht de rol van de IGZ verder toe. Bij de inspectie is een verschuiving gaande van een afwachtende houding naar een meer proactieve opstelling, en van vrijblijvend toezien naar (meer) handhaven. Sommige situaties vereisen drang (de beste prikkel daarbij is reputatie van een instelling), soms is dwang nodig. Zacht als het kan, hard als het moet: maar wel in de juiste balans. Voorop staat dat de inspectie voorspelbaar moet zijn. Vooraf moeten het normenkader, de onderzoeksaanpak en sancties duidelijk zijn.

De IGZ heeft onderzoek gedaan naar radiotherapie binnen de oncologische ketenzorg. Het rapport wordt binnenkort gepubliceerd. Bij alle onderzochte organisaties trof de inspectie enthousiaste professionals die met hart en ziel hun werk verrichten. Het onderzoek brengt volgens de heer Schellekens dus goed nieuws want: ‘het gaat al goed en het kan nóg beter’.

Zo is de zorg voor oncologiepatiënten nog steeds in hokjes verdeeld, legt hij uit. Elk hokje zorgt optimaal voor een deel van het proces. Maar er is minder oog voor het totale zorgproces, omdat afdelingen worden afgerekend op het afdelingsbudget in plaats van op optimalisatie, efficiency of effectiviteit van het integrale zorgproces. Niemand is verantwoordelijk voor het gehele proces waardoor de patiënt snel het idee heeft dat hij verloren raakt.

De inspectie zal in vervolg op haar bevindingen met een aantal maatregelen komen. Die vereisen trekkracht en leiderschap van een raad van bestuur, maar ook van betrokken specialisten. De vraag is wie in een ziekenhuis het voortouw neemt om één aanspreekpunt voor de patiënt in elke behandelingsfase te realiseren. De IGZ wil dat informatie daarover in de status te vinden is. Dan is dat aspect herkenbaar en toetsbaar.

 

De kankerregistratie is daarmee geschikt te maken voor echte benchmarking, voor overlevering en terugkoppeling van wat er tijdens het oncologische proces gebeurt. De IGZ ervaart dat de bevindingen van het onderzoek door betrokkenen breed herkend en erkend worden. Er is grote bereidheid om hieraan te werken.

De heer Schellekens is blij met de conferentie die naar zijn idee precies op het goede moment komt. Binnen twee maanden zal de IGZ het rapport over de radiotherapie in de oncologische ketenzorg uitbrengen. De IGZ zal iedere zorginstelling voorleggen zich te spiegelen aan het rapport en de sterke en zwakke punten van de eigen organisatie te beschrijven. Vóór juli 2009 dienen de instellingen een plan van aanpak over onder meer diagnose, tijdpad en verantwoordelijkheden op te stellen. Vanaf 2010 zal de IGZ steekproefsgewijs de plannen en de uitvoering toetsen.


 

 

Lijnen naar de toekomst
Aart van Bochove, oncoloog bij het Zaans Medisch Centrum, voorzitter van NPK-werkgroep 4. Hij vertelt dat het hem een eer en genoegen is geweest om met de werkgroep te werken aan het visiedocument dat vandaag wordt besproken. Bij de start twee jaar geleden, bleek dat er reeds veel initiatieven waren om de kankerzorg te verbeteren. Deze waren echter ontkoppeld van het werkveld. Wil het NPK-programma echt resultaat opleveren - zo was het idee van de werkgroep - dan zal het veld zich met de inhoud moeten bemoeien. Uitgangspunt was en is, zo benadrukte de heer Van Bochove, dat het belang van de patiënt in het programma centraal staat.

De samenstelling van de werkgroep zegt heel veel over de gedachten die bestaan over de oncologie in de toekomst. De inbreng van (master-opgeleide) verpleegkundigen en physician assistants mag in het NPK niet ontbreken. Zij zullen in de toekomst steeds vaker taken overnemen van specialisten.

 

Multifunctionele zorg zal leiden tot een nieuw functieprofiel waar voorlichting, begeleiding, coaching en vrij zeker casemanagement deel van uitmaken. Ook ondersteunende specialisten als bijvoorbeeld pathologen en de VIKC zijn een logische partij bij de samenstelling van het NPK.

Een aantal ontwikkelingen zal de agenda van de oncologie in de toekomst bepalen. Door de dubbele vergrijzing zal kankerzorg er vooral zijn voor oudere patiënten. Mobiliteit wordt daarbij dan een belangrijk thema (ook omdat het sociale netwerk ‘ouder’ is) evenals comorbiditeit.

 

Het heeft zo zijn voordelen als behandeling plaatsvindt in een ziekenhuis waar mensen ook al komen vanwege andere gezondheidsproblemen; korte lijnen, kort schakelen. Toch waarschuwt de heer Van Bochove er voor alle behandelingen in alle ziekenhuizen te laten blijven. Oncologie ontwikkelt zich in zo’n razendsnel tempo dat het de vraag is of perifere ziekenhuizen wel voldoende ervaring herbergen.

 

Demonstreerbare kwaliteit is ook een leidraad van werkgroep 4 geweest. De tijd dat de inputkant bepalend was, is voorbij. Kwaliteit en geboekte resultaten zullen aantoonbaar moeten zijn. Patiënten vragen om deze informatie en zorgverzekeraars gebruiken deze als inkoopmiddel. Ook beleidsmakers hebben er behoefte aan om de grote uitgaven die aan oncologie gedaan worden, te kunnen verantwoorden.

Thema’s te over bij de ‘oncologie van de toekomst’. Betrokkenen moeten goed met elkaar in gesprek blijven over welke wereld zij gezamenlijk in de oncologische zorg willen creëren. “Dé oncologie van de toekomst zal er nooit zijn, maar met en door uw aanwezigheid begint het vandaag”, stelt de heer Van Bochove tot besluit.

 

  • Presentatie volgt later



Workshops
De conferentie kende 5 workshops.

Na deze plenaire inleidingen verspreiden de aanwezigen zich over vijf locaties om aan twee workshops van keuze deel te nemen. De workshops hebben thema’s die direct aansluiten bij de onderwerpen die in het visiedocument van werkgroep 4 zijn benoemd.

Workshop 1
‘Casemanager’ in de oncologie:wat houdt het in en wie zou het kunnen zijn?’.
Debatleider: Rita van der Hem, opleidingsmanager Master Physician INHolland.

De deelnemers aan deze workshop onderkennen dat een casemanager uiterst handig is in het zorgproces en efficiency in de oncologische ketenzorg kan bevorderen. De rol van een dergelijke functionaris leidt nog wel tot veel verwarring. Er bestaan vragen over zijn positie binnen de zorgorganisatie en de competenties waarover hij moet beschikken. Voor de invulling van de functie van casemanager spraken workshopdeelnemers zich uit voor een Advanced Nurse Practitioner die afkomstig is uit het medische werkveld.
De behoefte aan casemanagement is ingegeven door taakdifferentiatie. Mevrouw Van der Hem heeft het gevoel dat de discussie nu wel is aangegaan, maar dat nog verder moet worden ingegaan op de uitwerking van deze nieuwe functie in de zorg.


 


Workshop 2
’Transmurale zorg voor kankerpatiënten: gedeelde verantwoordelijkheid van eerste en tweede lijn?’.
Debatleiders: prof. Bert Schadé, Universiteit van Amsterdam Josien Wijffels, KWF Kankerbestrijding

De workshopdeelnemers geven nadrukkelijk aan dat de huisarts moet worden betrokken bij de uitwerking van het visiedocument van werkgroep 4. Verder moeten samenwerking tussen disciplines en patiëntoriëntatie vanaf het begin multidisciplinair in opleidingen worden ingebed.

 

Een sterk punt dat tijdens de workshop naar voren is gekomen, is dat transmurale zorg herbezinning vergt van taken, rollen en bevoegdheden. Dit proces is tijdens de conferentie geïntensiveerd. Nog een conclusie is dat de huisarts, al dan niet geprotocolleerd, proactief moet optreden. Verder moeten inlichtingen van multidisciplinaire zorg ontworpen worden rondom de zorgvraag van de patiënt. Daarvoor bestaan al initiatieven en is bij de diabeteszorg al gerealiseerd.

 

 

Workshop 3
‘Patiënt centraal: meer dan een ‘geslaagde behandeling?’
Debatleiders: Anemone Bögels, directeur NFK,
Reneé Otter, directeur Kankercentrum Noordoost-Nederland Cor Spreeuwenberg, emeritus hoogleraar Chronische Zorg Universiteit Maastricht


De deelnemers aan deze workshop onderschrijven een aantal stellingen en achten verdere discussie hierover gewenst: 

  • de principes achter het ontwikkelen van zorgstandaarden gelden ook voor oncologische zorg; 
  • het chronic care model biedt een bruikbaar handvat voor de toekomstige oncologische zorg; 
  • het zorgplan dient te zijn afgestemd op de betrokken patiënt; kortom: het stimuleren van de rol van de patiënt en het faciliteren daarvan; 
  • oncologische zorgverleners dienen zich aan te sluiten bij landelijke initiatieven om te komen tot één framework voor zorgstandaarden.

 

De dagvoorzitter noemt dit uiterst zinvolle constateringen. Het is de bedoeling dat deze tot daadwerkelijk beleid worden vertaald.


 

 

Workshop 4 is vanwege geringe belangstelling komen te vervallen.

Workshop 5
‘Ketenzorg en multidisciplinair overleg: hoe wordt dat betaald?’
Debatleiders: Chiel Bos, adviesbureau BossaNova,
Jack Hutten, ministerie van VWS, programmaleider NPK
Sjoerd Terpstra, Zorgverzekeraars Nederland.


De algemene conclusie is dat multidisciplinaire aanpak om geïntegreerde financiering vraagt. Het opstellen van standaarden is de basis voor deze vorm van financiering. Alleen samen, door elke partij opgestelde, standaarden tellen. Kwaliteit is een zichtbaar vereiste en dat betekent een einde aan vrijblijvendheid.

 

De keten van oncologische zorg moet zich zo snel mogelijk vertalen in een transmurale DBC, inclusief de kwaliteitscriteria. Zonder die criteria is het dus geen goede zorg. Een patiënt-volgend-informatiesysteem is een basisvoorwaarde voor kwaliteit. Dat mag het EPD zijn. Op diverse plekken in het land kunnen we best practices uitrollen. De inspanning van verzekeraars kan dit proces versnellen, zo is het oordeel uit de workshop. Voor workshop 5 is geen presentatie beschikbaar.

Workshop 6
’Centraal of decentraal: wat kan er dichtbij en wat moet er ver weg?’
Debatleiders: Marlies Jansen, directeur IKA en Rob Tollenaar, chirurg LUMC

Volgens de deelnemers moet concentratie van zorg niet op basis van volumenormen plaatsvinden, maar op basis van kwaliteitseisen. Het gaat over infrastructuur, processen en zorguitkomsten. Normen zouden moeten worden opgesteld in overleg met professionals en patiënten. Op korte termijn vooruitgang boeken in nauwe dialoog met de inspectie, is het standpunt van de deelnemers van workshop 6. Binnen twee jaar moet dat leiden tot consequenties. Ook hier geen vrijblijvendheid meer maar betrokkenheid.

 

 

2e Plenaire deel

Proces en uitkomstindicatoren: meten is weten.
Prof. dr. Rob Tollenaar, tot voor kort voorzitter Nederlandse Vereniging voor chirurgische Oncologie (NVCO), gaat in op drie aspecten in het visiedocument met betrekking tot de kankerzorg: 

  • het belang van goede kwaliteit; 
  • de significante verschillen tussen ziekenhuizen; 
  • de wens voor transparante informatie.

 

De heer Tollenaar noemt infrastructuur, proces en uitkomsten kwaliteitsbepalende factoren voor de kankerzorg, evenzeer als de perceptie van de patiënt. Deze laatste hangt niet alleen samen met de medische uitkomst en de duur en kwaliteit van overleving, maar ook met comfort, bejegening en beleving. De maatschappij verlangt op al deze aspecten transparantie.

 

Het toezicht in Nederland wordt geregeld door de IGZ. Zij kijkt daarbij, zo stelt de heer Tollenaar, vooral naar ‘bad practices’ om daarop te kunnen ingrijpen. Prestatie-indicatoren over zorg maken een voorselectie voor nader onderzoek door de inspectie mogelijk.

De vraag om transparantie impliceert dat instellingen gegevens moeten leveren, dat meetbare kwaliteit wordt gepubliceerd en dat er bindende normen en horizontaal toezicht moeten zijn. De heer Tollenaar pleit daarbij voor registratie van uitkomsten in plaats van aantallen. Auditing op basis van uitkomstregistratie maakt een einde aan subjectieve lijstjes die je nu in de kranten leest en is effectiever in het zichtbaar maken hoe instellingen zich verhouden ten opzichte van elkaar.

 

"Aan de slag”, houdt de heer Tollenaar zijn toehoorders voor. Data moeten eenduidig en volledig betrouwbaar zijn en de jaarlijkse rapportage moet gebeuren conform de richtlijnen en eisen van de Commissie Bescherming Persoonsgegevens. De NVCO heeft inmiddels de eigendom van de database en het auteursrecht geregeld en is er een infrastructuur opgezet.

 

Men heeft daarbij een vergelijkbaar registratiesysteem in Noorwegen voor ogen dat tot opmerkelijke resultaten heeft geleid: een verbeterde overleving en verlaagde morbiditeit en mortaliteit, een betere diagnostiek, beter toegedeelde therapieën en minder noodzaak tot het behandelen van recurrences en dus kostenbesparing.

De heer Tollenaar realiseert zich de extra last van registratie. Hij ziet daarom de invoering van het elektronisch patiëntendossier als een unieke kans. Als tot een uniforme definitie kan worden gekomen van te registreren data-items en deze worden vastgelegd in het EPD dan komt de registratielast te vervallen. Bovendien vloeien registratie en analyse dan samen. Zo kan een enorme slag worden gemaakt.

 

  • Presentatie volgt later

 

 

Visitatie en oncologische zorg
Reneé Otter, directeur van het Integraal Kankercentrum Noord Oost (IKNO) vertelt de aanleiding voor het visitatietraject voor de multidisciplinaire oncologische zorg in het noorden van Nederland. In die regio was een borstprothese-informatiecentrum gevestigd dat zeer actief was in het inventariseren van klachten die patiënten hadden. De resultaten van de inventarisatie riepen vragen op over het ontbreken van inzicht in het zorgproces en van eenduidige, adequate informatie aan patiënten.

Een aantal werkgroepen heeft zich toen gezamenlijk gebogen over de vraag hoe zorgaanbieders binnen het zorgproces op één lijn zijn te krijgen. Allereerst moest duidelijkheid komen over taken, verantwoordelijkheden en organisaties binnen het zorgproces. Vervolgens is de aandacht gericht op het wegnemen van wachttijden, multidisciplinaire afstemming en de overdracht aan huisartsen. Uiteindelijk hebben de gezamenlijke werkgroepen hun bevindingen vervat in een kwaliteitssysteem.

Besloten is om een visitatiesysteem, voor, door en van professionals voor patiënten, te ontwikkelen. Enquêtes en bezoeken aan instellingen zouden daar deel van uitmaken. Achttien ziekenhuizen in Noord-Nederland hebben vrijwillig meegedaan aan het visitatietraject. Na afloop is besloten door te gaan en is het traject inmiddels doorontwikkeld tot een multidisciplinair visitatiesysteem. Het traject heeft geleid tot een landelijk kwaliteitskader.

Het proces is daarmee niet beëindigd. De werkgroep ervoer dat losstaande aanbevelingen uit het kwaliteitskader niet voldoende zijn. Er diende een zorglogistiek traject aan te worden gekoppeld. Resultaat is dat een boek is uitgebracht over het model van integrale oncologische zorgpaden. Een andere ontwikkeling is dat door de visitatieronden de aandacht werd gevestigd op het belang van tumorgerichte patiëntenbesprekingen en op het continuïteitsvraagstuk. Als gevolg zijn ziekenhuizen bezig om een nauw samenwerkingsverband voor waarneming te creëren.

Mevrouw Otter sluit af met de constatering dat er een cultuurverandering tot stand is gebracht rondom visitatie als middel tot kwaliteitsverbetering. “Visitatie is geen keurslijf, maar juist bedoeld om te leren samenwerken.” Zij is dan ook zeer ingenomen met het vervolg dat vier integrale kankercentra hebben gegeven aan het Noord-Nederlandse initiatief.

Cees Rodenburg, internist-oncoloog bij het Meander Medisch Centrum in Amersfoort, sluit aan bij de inleiding van Renée Otter en vertelt zijn ervaringen met visitatie in supraregionaal verband bij de nu drie integrale kankercentra Midden-Nederland, Noordoost en Oost. Bij elkaar werken hier zo’n 35 ziekenhuizen samen. Sinds 2006 zijn binnen het integrale visitatie samenwerkingsverband zestien ziekenhuizen gevisiteerd.

De insteek bij de visitaties was: ‘voor en door professionals’. De visitatoren zijn medische specialisten en coördinerende verpleegkundigen en de visitatie zelf is discipline- en afdelingsoverstijgend. In het eindrapport van de visitatie worden sterke en zwakke punten en aanbevelingen genoemd. De onderwerpen zijn het oncologisch proces, zorgpaden, samenwerking, vakinhoudelijke afstemming en toegankelijkheid en veiligheid van de zorg.

Het Meander Medisch Centrum, waar de heer Rodenburg werkt, is in 2005 gevisiteerd. Een van de aanbevelingen was de zorg zo in te richten dat cytostaticaverstrekking op minder locaties plaatsvindt. Deze aanbeveling is nu geïmplementeerd in de zorgorganisatie.

De heer Rodenburg bevestigt de indruk van mevrouw Otter over de cultuuromslag. Hij noemt de enquête onder Nederlandse ziekenhuizen die heeft uitgewezen dat in het algemeen positief wordt aangekeken tegen visitatie. Visitatie maakt kwaliteit meer inzichtelijk en kan het multidisciplinair en afdelingsoverstijgend werken bevorderen.
De meerderheid van de respondenten zou zelfs naar een keurmerk toe willen.

De heer Rodenburg meldt dat initiatieven zijn genomen om het supraregionale visitatietraject ook verder landelijk in te voeren. De keuze ligt daarbij voor een basismodel als uitgangspunt. De heer Rodenburg lijkt het heel constructief om daarbij samenwerking aan te gaan met het NIAZ en te kiezen voor gecombineerde accreditatie en visitatie. Aanvullend zal er een tumorgerichte visitatie worden ontwikkeld die meer focust op de uitkomst indicatoren.

 

 

 

Afsluiting ‘Hoe nu verder?’
In de afsluiting denkt Hans de Goeij dat de conferentiedeelnemers aan elkaar verteld hebben wat eigenlijk in de spreekkamer gedaan moet worden. Aansluitend bij de woorden van de heer Van Bochove stelt hij: “De toekomst is al bereikt, de conferentiedeelnemers zitten er middenin, want zij zijn bezig de toekomst te creëren.”

Tijdens eerdere conferenties deed zich nog de vraag voor wie de regie heeft bij activiteiten. Hierover bestaat geen discussie meer. Er wordt gewoon tot actie overgegaan. De heer De Goeij denkt dat in dit opzicht tijdens deze derde conferentie een flinke slag in tijd is gemaakt. Hij heeft tijdens de conferentie geconstateerd dat er een enorm draagvlak is en dat er grote persoonlijke betrokkenheid bestaat.

 

De heer De Goeij heeft voor zichzelf tien kernwoorden en -opmerkingen uit de workshops opgeschreven en deelt die met de zaal. Hij zegt de zaal toe dat het NPK zich zal buigen over hoe invulling kan worden gegeven aan deze punten en ziet daarbij tevens een taak voor de Inspectie Gezondheidszorg. De IGZ zal de activiteiten die daar uit voortkomen binnen haar toezichtrol moeten borgen.

Het NPK werkt!!!

Overige activiteiten
Klik op 'lees meer' voor andere activiteiten
> Lees meer

 
KWF Kankerbestrijding
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties
Vereniging van Integrale Kankercentra
Zorgverzekeraars Nederland